Koudemiddelen2018-11-27T10:04:31+00:00

Natuurlijke koudemiddelen

Het aantal koel- of klimaatinstallaties met natuurlijke koudemiddelen zoals ammoniak, CO2 en koolwaterstoffen neemt toe. Natuurlijke koudemiddelen hebben goede koeltechnische eigenschappen waarmee koel- of klimaatinstallaties met optimale prestaties en een laag energieverbruik kunnen worden gerealiseerd. Daarbij geven ze een zo beperkt mogelijke belasting voor het milieu.

In de huidige milieuproblematiek nemen de ozonlaag en het broeikaseffect een centrale rol in. In de koeltechniek worden synthetische koudemiddelen gebruikt die bij lekkage invloed kunnen uitoefenen op de ozonlaag en het broeikaseffect. Daarom worden bij allerlei plannen en overeenkomsten maatregelen aanbevolen of afgedwongen, die de nadelige effecten van het gebruik van deze stoffen moeten beperken. Eén van de maatregelen omvat het stimuleren van het gebruik van stoffen die in de natuur voorkomen en na behandeling geschikt zijn om als koudemiddel dienst te doen: natuurlijke koudemiddelen.

Echter is er ook een risico verbonden aan natuurlijke koudemiddelen, ze kunnen bij eventuele lekkage of ondeskundig handelen een gevaar opleveren voor de gezondheid van mensen.

Verplicht certificaat werken met ammoniak
Voor het werken met ammoniak moet een monteur een vakbekwaamheidscertificaat in zijn bezit hebben, zoals omschreven in de richtlijn PGS13. Het verplichte certificaat voor monteurs is drie jaar geldig en internationaal erkend.

Meer weten over de mogelijkheden?

Synthetische koudemiddelen

De meeste koel- en klimaatinstallaties draaien op synthetische koudemiddelen (F-gassen). Synthetische koudemiddelen hebben goede eigenschappen om installaties optimaal te laten draaien. De koudemiddelen kunnen echter bij lekkage schadelijk zijn voor het milieu. In Nederland is het lekpercentage zeer laag, onder de 3 procent, in vergelijking met omringende landen die een lekpercentage van minimaal 20 procent kennen.

Elke situatie is anders, voor elke vraag een andere oplossing. Een f-gassen installateur kan u helpen de juiste keuze te maken welk koudemiddel voor uw installatie het beste is.

Verplichte F-gassencertificering
Om te mogen werken met synthetische koudemiddelen moet een installateur een F-gassencertificaat hebben en de monteur een F-gassendiploma. Alle F-gassen installateurs zijn in het bezit van deze certificeringen. Ze worden tweejaarlijks gecontroleerd door middel van een audit.

Verbod bijvullen koudemiddel R22
De overheid heeft besloten het koudemiddel R22 vanaf 1 januari 2010 tot 1 januari 2015 uit te faseren. R22 mag vanaf 1 januari 2015 in geen enkele vorm meer bijgevuld worden in koel- en klimaatinstallaties. Behalve R22 gaat het hier ook om de met R22 gemengde servicekoudemiddelen waaronder  R401, R402, R403, R408 en R409.

Wees er op bedacht dat op de langere termijn het gebruik van synthetische koudemiddelen vanuit de internationale en Europese politiek ernstig zal worden teruggedrongen.

Meer weten over de mogelijkheden?